Onze zorg

Op de Parkschool verlenen we zorg aan onze leerlingen en houden we rekening met zowel de sterke als de zwakke leerlingen. Door middel van observaties op cognitief en sociaal-emotioneel gebied, methode onafhankelijke toetsen (CITO), methodegebonden toetsen en gesprekken met ouders en/of externen proberen wij tegemoet te komen aan de mogelijkheden van ieder kind. De leerkracht is verantwoordelijk voor de zorg in de groep.

Wij kiezen ervoor dat kinderen zoveel mogelijk binnen de groep onderwijs krijgen en bij de groep worden gehouden. Hiervoor gebruiken wij het IGDI model. Daarbij heeft een les dezelfde structuur:

  1. Orientatie op de les
  2. Algemene instructies
  3. Basisinstructies / verlengde instructie
  4. Zelfstandig werken
  5. Evaluatie van de les

De kinderen worden ingedeeld in de volgende aanpakken:

  • Aanpak 1:
    instructieafhankelijke leerlingen→ deze kinderen krijgen verlengde instructie in een instructiegroep.
  • Aanpak 2:
    basisinstructie→ deze kinderen gaan na de basisinstructie aan het werk.
  • Aanpak 3:
    instructieonafhankelijke leerlingen→ deze kinderen gaan na de algemene inleiding aan het werk en krijgen een ingedikt aanbod en verrijkingsstof.

Op de Parkschool werken we met groepsplannen. In deze groepsplannen verdelen we de kinderen in aanpakken op basis van hun mogelijkheden. We hebben vier keer per jaar een groepsbespreking waarin de leerkracht de zorg in de groep en de groepsresultaten bespreekt met de intern begeleider.
Soms kan het zo zijn dat een leerling meer hulp nodig heeft. Voor deze leerlingen wordt een apart hulpplan opgesteld door de leerkracht. Ouders worden hierin betrokken door de leerkracht. Wanneer de extra hulp niet of onvoldoende het gewenste effect heeft, wordt dit besproken met de ouders. Hierna wordt de leerling besproken in de consultatie met de orthopedagoog. Na deze consultatie wordt gesproken met ouders, intern begeleider en leerkracht wat het vervolgtraject wordt. Mogelijkheden voor het vervolgtraject zijn:

  • Het bestaande hulpplan wordt aangepast.
  • In sommige gevallen kan er een oudergesprek met de intern begeleider, de orthopedagoog of een externe instantie nodig zijn. Bijvoorbeeld wanneer ouders vragen stellen over de zorg van hun kind of wanneer ouders vragen hebben over de opvoeding.
  • Wanneer de oorzaak van het probleem niet helemaal duidelijk is, kan er een handelingsgericht traject of onderwijskundig onderzoek nodig zijn. Dit traject of onderzoek zal gedaan worden door een orthopedagoog. Uit het onderzoek komt een conclusie en een advies. Uit dit advies kan komen dat het beter is dat:
    • het kind een eigen leerlijn krijgt (het ontwikkelingsperspectief)
    • het kind een jaar extra doet
    • het kind wordt verwezen voor verder onderzoek door een specialist
    • het kind wordt verwezen naar het speciaal basisonderwijs of het speciaal onderwijs

In goed overleg met de ouders kijken we naar de beste oplossing voor het kind.